OM probeert in hoger beroep 26Koper verdachten alsnog veroordeeld te krijgen voor voorbereiden liquidaties

Het openbaar ministerie heeft opnieuw celstraffen oplopend tot 17 jaar cel geëist tegen de verdachten in de 26Koper zaak. In dit hoger beroep probeert het openbaar ministerie om vijf mannen alsnog veroordeeld te krijgen voor voorbereidingshandelingen voor moord.

In eerste aanleg eiste het openbaar ministerie straffen tussen de 14 en 17 jaar tegen de verdachten die ook wel bekend staan als de Utrechtse liquidatiegroep. De groep is te linken aan de enorme wapenvondst in Nieuwegein en maakte heimelijk opnames van hun doelwitten, die ze overigens ook achtervolgden, zoals Ranko Scekic en Abderrahim Belhadj. Beiden zijn inmiddels geliquideerd. Doordat de politie de groep op het spoor kwam na het oprollen van een bende autodieven kon er afluisterapparatuur geplaatst worden in auto's gebruikt door de verdachten. Uit het eerste proces bleek al dat op deze geluidsopnames te horen was hoe de verdachten wapens testen en hoe gemakkelijk ze spraken over het doodschieten van hun eventuele doelwitten. Ook werd bij een van hen notitieblokje gevonden met daarop bedragen die betaald zouden zijn voor huurmoordenaars en de winst die ze behaalden met de handel in drugs.

Op 28 november 2016 veroordeelde de rechtbank in Amsterdam de verdachten tot gevangenisstraffen van zeven en acht jaar. Het openbaar ministerie ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Volgens de rechtbank en het openbaar ministerie is bewezen dat verdachten lid waren van een criminele organisatie die het oogmerk had liquidaties te plegen. Maar de rechtbank en het openbaar ministerie verschillen van mening over of er hier sprake is van voorbereidingshandelingen voor moord. De rechtbank vindt van niet, het openbaar ministerie vindt dat wel. De vraag die in dit hoger beroep op tafel ligt is aan welke eisen moet zijn voldaan om te komen tot voorbereidingshandelingen. Voor het bewijzen van die voorbereidingshandelingen moet het volgens de rechtbank duidelijk zijn dat 'de contouren van het beoogde misdrijf vaststaan. Zo zou onder meer duidelijk moeten zijn wie de verdachten willen vermoorden. Volgens het openbaar ministerie legt de rechtbank met deze eis de lat te hoog. Volgens de officier va justitie is er sprake van voorbereidingshandelingen als bewezen kan worden welk strafbaar feit verdachten van plan waren te plegen. Dat is hier het geval. "Vast moet staan dat de criminele intentie van verdachten gericht was op onder meer het plegen van een moord. Tijd, plaats en mogelijk slachtoffer is daarbij niet van belang."

Tegen Jaouad W. en Werner E. werd 17 jaar cel geëist. Het openbaar ministerie ziet hen als de leidende figuren. De eis komt overeen met de strafeis in eerste aanleg. Tegen Zakaria S. Ayyoub Y. en Levi B. is een gevangenisstraf van 16 jaar cel geëist. De vijf verdachten kregen in eerste aanleg zeven en acht jaar cel opgelegd.

In eerdere artikelen hebben we al uitgebreid aandacht besteed aan de 26Koper zaak. meer weten hierover? Lees dan onderstaande artikelen.

Lees ook: Het omvangrijke 26koper onderzoek

Wapenvondst 26Koper gelinkt aan internationaal wapenonderzoek

De laatste ontwikkelingen in het 26koper onderzoek

Rechtszaak 26Koper: "Zoom in op die kankerkop"

Uitspraak 26Koper: Straffen vallen fors lager uit

Openbaar ministerie in hoger beroep tegen 26Koper verdachten

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.